mf

5

geldt wellicht, neen vrij zeker voor de algemeene ontwikkeling
der industrie — maar... en zij houden zich afzijdig: zóó
redeneeren de meeste nijveren en houden zich aan '’t heden. ‘Toch
zou men hen moeten vragen: waarom zou een enkel bedrijf een
uitzondering maken op den regel?
Wanneer ik een man recht zie afgaan op een muur, dan begrijp
ik, dat hij onder zekere omstandigheden over dien muur heen
kan klimmen; ook weet ik, dat hij de poort iets meer ter
linkerzijde open ziet. Als toekomstbeeld kan ik mij niet denken een
man, die zal trachten over een muur te klimmen, maar ik zie
hem wel in gedachten zijn richting veranderen en- door de poort
gaan. En als ik meerdere, vele menschen zich zie bewegen in de
richting van het beletsel, dat zich op hun weg voordoet, dan zie
ik met mijn geestesoog, niet één van die velen over den muur
klauteren, maar allen door de poort gaan.
Zeker, er bestaat in onze vaderlandsche geschiedenis een
berijmde legende, hoe een boer door een beek bleef waden, zooals
zijn voorvaderen ook altijd gedaan hadden, wanneer zij ter kerke
togen, omdat hij de nieuw gebouwde brug te modern vond, maar
gelukkig voor ons ras, de man bleef zonder navolgers.
De maatschappij bouwt ten allen tijde tot eigen gerief „bruggen”,
houwt tunnels, maakt poorten en van deze werkzaamheden maakt
de maatschappij gebruik om over en door de moeilijkheden heen
te komen.
De maatschappij bouwt in de laatste jaren ongehoord groote
bruggen om over ongehoord groote moeilijkheden heen te komen.
De vraag van het heden is nu, bouwt Holland zelf mee aan
deze bruggen, of zullen wij later over een anderman’s brug
moeten loopen? Ziet, ons land is waterrijk (helaas soms te
waterrijk) en onze Hollanders bouwen. daarover bruggetjes. Ieder
wil over zijn eigen sloot komen, maar als de sloot te breed
wordt; als niet alleen het persoonlijk belang, maar. ook het belang
der gemeenschap een weg vraagt en dit ligt boven de krachten
van het individu, dan is samenwerking in welken vorm dan ook,
noodig.
Goed, zegt de ouderwetsche Hollander, laten wij het dan maar
met elkaar doen, doch laat het rijk er zoo mogelijk buiten.
Het is dus duidelijk, dat belanghebbenden zich zullen vereenigen,
zich zullen moeten vereenigen op den duur, om gezamelijk een
tegenstand te overwinnen. Deze erkenning zou in Nederland al