3

een heele stap vooruit zijn, het komt er dus maar op aan, de
overtuiging te doen postvatten bij de direct belanghebbenden,
dat de tegenstand, dien het individu in de eerstkomende jaren
zal ondervinden zóó groot zal worden, dat ieders eigen bruggetje
hem niet brengen kan over den tot stroom geworden beek.
Nu kan hij twee dingen doen. Hij kan zich houden aan den
bestaanden toestand, zoolang het gaat en wanneer hij niet meer
van zijn brug gebruik kan maken, dan kan hij er over gaan
denken, wat dan te doen, Daar deze handelwijze voor het
oogenblik is het volgen van de lijn van den minsten tegenstand,
is het duidelijk, dat de overgroote meerderheid der menschen de
teekenen des tijds zullen negeeren. „’t Houdt onzen tijd wel uit”,
zeggen zij of „wat later komt zullen wij wel zien, ik heb het
zoo kwaad nog niet ‘op '’t oogenblik”. De profetie is dan ook
niet al te gewaagd, welke luidt: een groot deel van onze werkers
zullen zich voorloopig niet vereenigen: zij zullen geen maatregelen
nemen van te voren, om over de moeilijkheden in de toekomst
heen te komen. Misschien zullen zij op den duur niet onder gaan,
maar het kan er beel licht aan toe komen, want, waar in ons
land in '’t algemeen gesproken de moeilijkheden met kleine
middelen overwonnen kunnen worden, ook thans, met zuinigheid,
 met vlijt, daar is dit in het buitenland al lang niet
meer het geval. Men bouwt daar bruggen voor het heden en
voor de toekomst. Doch let nu wel òp, Nederlanders, wanneer
zoo’n brug gebouwd is, staat de oprit niet op uw grondgebied.
Gij zult er een ladder tegen op moeten plaatsen en beleefd vragen,
of ge op die onbeholpen manier gebruik moogt maken van hun
brug. Gij zult er niets te vertellen hebben; een bruggegeld moet
ge betalen, zooals het den buitenlander zal believen te heffen.
Of wilt ge doen als de boer in de legende en dan maar geen
gebruik er van maken, doch met waterlaarzen door de overstroomde
 beek wandelen ?
In het kort, gij zult in dienst komen van het buitenland, als ge
uniet organiseert, — en als gij tegen economische slavernij maar
niet opziet en vooral U maar niet daartegen verzet, dan .…. zult
ge niet geheel ten gronde gaan — alleen met uw hooggeroemde
zelfstandigheid is het dan uit. Luistert wel: eerst wilt gij niet
van samenwerking hooren, omdat ge „zelfstandig” wilt blijven
als individu en omdat ge zelfstandig wilt blijven op die bij voorkeur
 aanbevolen wijze, zult ge later verplicht zijn te dansen naar