il —

verkregen worden, dan als laatste noodmaatregel — wanneer het
allen langdurig slecht gaat.
Is het nu wel noodig, dat de bedrijfscombinaties nu juist moeten
zijn „Kinder der Not”? Is het wenschelijk, dat de concurrentie
zoo veel kapitaal vernietigt, alvorens samenwerking mogelijk wordt ?
Is het juist, dat een regeering deze kapitaalvernietiging slechts
lijdzaam moet aanzien en geen vinger mag uitsteken om dit verlies
 te voorkomen, althans geen poging aanwenden deze verspilling
van energie te doen ophouden en de krachten der onderdanen
aan te doen wenden niet tot onderlinge en zelf-vernietiging maar
tot verhoogde productie.
Dat de regeering zich zou bemoeien met de kwestie van
samenwerking in het bedrijf zou vroeger hoogst onwaarschijnlijk
geklonken hebben en toch — de laatste jaren, en vooral de
laatste maanden hebben ander licht op dit vraagstuk geworpen
dan voorheen; op dit vraagstuk, welks oplossing de algemeene
landsbelangen zoo zeer kan schaden of bevorderen al naar mate
het wordt aangevat.
Merken wij op, hoe de regeeringen in het buitenland worstelen
met de bedrijfscentralisaties, die zonder haar tot stand zijn gekomen
en die, ofschoon zij groote voordeelen voor de gemeenschap met
zich zouden hebben kunnen brengen, veranderd zijn of zich ontwikkeld
 hebben tot middelen om de gebruikers uit te buiten. Ziet,
dan is de tĳd niet ongeschikt voor onze regeering om in te
grijpen, om thàns in te grijpen en is het niet zoo onlogisch dat
wij naar onze regeering zien om te weten, of deze het initiatief
zal nemen, vóór zij gesteld wordt voor veel moeilijker ingrijpen,
bij woekeringen, die zij had kunnen voorkomen! ?)
„Wat!” roept men mij toe: „Staatsexploitatie! Dat nooit!” Och,
dit nooit, moet ik daarop antwoorden, is al zoo vaak te schande
gemaakt — maar toegegeven, dat staatsexploitatie groote nadeelen
met zich brengt, dan volgt ook uit mijn woorden niet, dat zij
een pleidooi zijn vóór Staatsexploitatie. Integendeel, dit pleidooi
geldt alleen voor een initiatief nemen en een contrôle uitoefening
van de regeering bij bedrijfsconcentraties.
„Och kom, wij kunnen wel buiten de regeering; zij valt ons
al genoeg lastig: zij belemmert de vrije ontplooiing van onze
energie al meer dan noodig en verstandig is!”

Zie o.a. Ch, W. Smith. The World and its natural products cornered.