Is

brengen zonder degelijk georganiseerd te zijn. Zeker het is een
cedelijk standpunt te meenen, dat de regeeringen zich niet moesten
bemoeien met de nijverheid, maar welke waarde heeft dit standpunt
 in de practijk? Buitenlandsche regeeringen bemoeien zich er
nu eenmaal mee, geven er hun steun en volle aandacht aan om
maar beter, om maar goedkooper op de wereldmarkten te kunnen
concurreeren. Zeker, er is veel kunstmatigs bij, het is een gevaarlijke
 weg, maar — wij worden er maar de dupe van en wij
behoeven toch ook niet alles te bewonderen en over te nemen
wat het buitenland in dezen doet. Integendeel onze critische geest
kan te gast gaan bij een studie der manieren, waarop staatshulp
verleend werd en wordt in andere landen, maar daarom behoeven
wij toch de oogen niet te sluiten voor de goede maatregelen, die
elders genomen zijn om de nijverheid te bevorderen, hetzij door
optreden tegen oneerlijke concurrentie, of door het vergemakkelijken
 van toevoer van grondstoffen, of door de bevordering van
den afzet der producten. Het is slechts de onwetendheid onzer
nijverheid omtrent buitenlandsche middelen, welke ons den tegenstand
 tegen het nemen van weer-maatregelen berokkent.
Een, gedurende den oorlog gepubliceerd rapport van Sir
William Ramsay (Daily Despatch en Sunday Herald) heeft de
oogen der Britsche nijverheid geopend. Hij schreef: „In 1913
ontdekte ik, dat toen in Duitschland bestond, en voor zoover ik weet
bestaat hij nog, een handelsraad, bestaande uit een twintigtal
personen, die een eminente positie bekleedden, elk in zijn eigen
omgeving, bankiers, handelaars, fabrikanten, rechtsgeleerden, technici,
 en staatslieden. Men stelde, en naar ik meen, doet men dit
nog, voor dit college beschikbaar alle statistieken die betrekking
hebben op handel en verkeer en zooals de generale staf van het
leger plannen uitwerkte voor den oorlog, zoo werkte deze raad
de plannen uit voor den handelsoorlog. De spoorwegen behooren
voor een groot deel in Duitschland aan den staat, en ook de
kanalen, zoodat de staat daar in de gunstige omstandigheid verkeert,
 voordeelen te kunnen toestaan bij het verkeer. !) De banken
staan in betrekking door middel van de Duitsche Bank met de
Rijksbank en achter de Rijksbank staat het geheele krediet van

f Merkwaardig is het, dat de Amerikanen een afzonderlijk lichaam „The
interstate Commerce” commissie hebben ingesteld om juist die bevoorrechtingen bij het
vaststellen van vrachten onmogelijk te maken, daar zij unfair geacht worden.