—_ 17 —

aangewend. Helaas het is er al mede als met het Belgische
devies: „Ilnion fait la force”, een devies, dat werd aangenomen
nota bene, toen de banden tusschen België en Nederland waren
verbroken. Ook wij nemen de woorden in den mond, maar
handelen anders. Voor velen is „samenwerking” een holle klank,
goed en mooi om te hooren op congressen of feestelijke gelegenheden!
 maar verder zonder beteekenis voor onze daden. Maar
laat ons eens veronderstellen, dat men het denkbeeld van bedrijfsconcentratie
 wil uitwerken (en de voorbeelden daarvan zijn niet
geheel afwezig ook in ons land) en laat ons eens aannemen, dat
de organisator gevonden is, wat moet men dan doen?
leder der aangeslotenen moet toch vooral zelfstandig blijven,
dat is de eerste eisch, die gesteld wordt, de tweede eisch luidt:
geen outsider zal de harmonie mogen verstoren. „Gij voelt wel
mijnheer de organisator, als ik aan deze twee eischen vasthoud,
dan lijdt Uw plan schipbreuk, ik heb U toch al gezegd … enz.”
Volmaakt juist, maar daar zit nu net het verschil tusschen
samenwerking en zelfstandigheid.
Ziet eens hier:
Ik zou haast willen zeggen, het is hier de strijd tusschen verstand
en gemoed. Het verstand wil samenwerking; het gemoed bedankt
er voor. Wij Nederlanders doen au fond vaak zaken met ons
gemoed, wij, de bekend nuchtere zakenmenschen ! Welk buitenlander
 zou het willen gelooven, dat wij personen en zaken vaak
zóó hopeloos dooréénmengen, dat onder de mom van zakelijkheid,
 zooveel persoonlijkheid verborgen was. Ons zelf verontschuldigen
 wij door te redeneeren, dat wij zaken doen met ons
gemoed, omdat dit goed en nobel is, — geld is niet alles — wij hebben
een conscientie en laten die in onze zaken soms tot haar recht
komen. Wij laten een ander daarvan soms profiteeren. Zoo is de
theorie, maar ons „gemoed” speelt ons daar in de practijk wel
eens parten! Het blijkt ons egoïsme te zijn van niet het allermooiste
 soort — en zoo ook hier — wanneer Uw gemoed U
zegt, dat het beter, nobeler, voor de gemeenschap preferabeler
is, dat ge zelfstandig blijft, dan ligt daarin een kortzichtig eigenbelang.

„Zoolang: ik het hoofd boven water kan houden, sluit ik mij
„bij niemand aan. De kracht van de natie bestaat uit de sterkte
en onafhankelijkheid der individuen !” #
Ziet ge hier weer niet de ongelukkige combinatie van verstand
Vaderlandsche Nijverheid.