20 —

Ziet ge, dat wordt verstaan onder samenwerking ! Het is geen doorjaan
 op den ouden weg, maar het is een zich nieuwe banen scheppen!
Ziet ge tegen het wèrk op?
Is dat Uw „gemoedsbezwaar ?”’ |
Waar blijft nu Uw outsider? Waar kan hij méér besparen dan
gij met Uw collega's te zamen? en zoo hij al besparen kan in
enkele opzichten, zal hij dan ten slotte toch goedkooper en beter
kunnen produceeren en distribueeren dan een lichaam, dat in alle
opzichten modern geoutilleerd is?
Wanneer met concentratie van bedrijf niet beoogd wordt
vermindering van productiekosten, dan deugt deze concentratie
economisch gesproken niet, dan is concentratie geen zegen voor
de menschheid, maar een belemmering van de voorziening der
gemeenschap, een belemmering, die tot een ramp kan voeren —
vandaar dat het de plicht is van de regeering een oog in ‘t zeil
te houden bij hetgeen alom plaats zal moeten grijpen en reeds
hier en daar heeft plaats gegrepen in ons land. Niemand, dan
alleen de deelnemer zelf, zal een pool, een kartel, kunnen verdedigen
 als een nuttige sociale bedrijfscombinatie. Tegen deze
vorm speciaal trede de regeering regelend op.
Wanneer het een Nederlander meer zou kosten dan een Belg,
om zijn goed naar de Londensche markt vervoerd te krijgen, dan
zou zulk een samengaan van de Nationale scheepvaart geen
nationale welvaart bevorderen; wanneer er ergens een monopolie
ontstaat, bij voorbeeld bij de kustvaart, zooals in Amerika en in
sommige koloniale gebieden, dan houdt dit de ontwikkeling van
het land, dat zoo door de scheepvaart bediend wordt, tegen en
wanneer de regeering dit monopolie sanctionneert en er zelf eenige
voordeelen uit trekt, dan is dat een politiek gevaarlijke en een
economisch verkeerde daad, die zich eenmaal zal wreken.
Het is dus het goedkooper werken, het goedkooper produceeren
en distribueeren alleen, wat bij bedrijfsconcentratie van belang is
voor de maatschappij en wat gij door samenwerking uitsluitend
moet beoogen; dat dit resultaat te bereiken is, wie zal het
ontkennen? en ziet hier dan tevens Uw vrees voor den outsider
tot nul gereduceerd.
Op Uw gelaat zie ik reeds, dat ge toch nog wel een oorzaak
kunt bedenken, waardoor dit goedkooper werken illusoir wordt.
Het is de overkapitalisatie niet waar?
Daarin ligt een moeilijkheid. Wie kan verwachten, dat de