—

26

zou ongetwijfeld veel kapitaal naar deze banken doen toevloeien.
Alleen toch door het verkrijgen van deposito's kan het normale
bankbedrijf, het kassiersbedrijf, in bijzondere gunstige omstandigheden
 komen, de marge tusschen deposito-rente en de tarieven
voor geleende gelden is vrij wel zuivere winst voor de bank;
zoolang de deposito-rente nu laag blijft, bestaat er geen aanleiding
voor den belegger, met zijn tijdelijke kasmiddelen deel te nemen
aan de werkzaamheden der bank. Het bezwaar nu voor alle
particuliere bankinstellingen is wel, dat de deposito-gelden dadelijk,
hoogstens met eenige maanden, opzegbaar zijn. Wanneer de
banken deze gelden dus zouden gebruiken om daarmede lange
credieten te geven, of zelfs deze gelden zouden gaan vastleggen
in nijverheidsondernemingen, dan wordt dit een zóó gevaarlijk
spel, dat in werkelijkheid dan ook geen bank dit zal doen. Hier
kan de deposito-rente nooit hoog zijn. Als nu ten slotte òf het
Rijk òf de Nederlandsche Bank de teruggave der deposito-gelden
ten allen tijde garandeert, zooals bij de Middenstands credietbanken,
 wordt de zaak anders. Het Rijk zou voor een Duitsche
werking van het bankbedrijf niet te vinden zijn en terecht, daar
de banken daardoor van bestemming zouden veranderen. Een
andere vraag is, of het Rijk niet bereid zou zijn een (coöperatieve)
nijverheidsbank te steunen, die tot doel heeft zaken op langen
termijn mogelijk te maken. Wat den middenstand is toegestaan
zal men der nijverheid bezwaarlijk kunnen weigeren.
Een dergelijke nijverheidsbank zou niet tevens een emissiebank
behoeven te zijn, doch zou behalye het verstrekken van
crediet op langen termijn, ongetwijfeld veei goed werk kunnen
verrichten door het verschaffen van betrouwbare en goedkoope
informaties, door het bevorderen van de samenwerking der zelfde
soort bedrijven, etc. In het algemeen zal de bank een nationaal
karakter moeten hebben. Voorop zal moeten worden gesteld het
onafhankelijk maken der Nijverheid van zooveel mogelijk buitenlandsche
 factoren.
Die industrieën komen het eerst in aanmerking om deel te
nemen in de bank, welke haar grondstoffen ten allen tijde kunnen
verkrijgen uit eigen land of koloniën, en die ook, waar wel de mogelijkheid,
 doch nog niet het feit bestaat, dat de grondstoffen uit
rijk of overzeesche bezittingen of kolonien verkregen kunnen
worden. Het ligt op den weg van de nijverheidsbank in dien
zin een stoot te geven en mede te werken ons eigendom tot