—_—

28 —

de Nederlandsche nijverheid zal gesteund moeten worden door
banken, die niet alleen adviseerend zullen optreden bij het aanknoopen
 van nieuwe verbindingen, doch de oogen wijd zullen
moeten openhouden en ten slotte indirect het crediet zullen
moeten verleenen, dat de kooper vraagt. Waar het hier om gaat
is toch zoo eenvoudig. Laat ik een voorbeeld noemen uit de practijk.
Een oude gevestigde drukkerij, niet groot van omvang, particulier
 bezit, breidt zich uit; het weekblad is een dagblad geworden,
de advertenties nemen toe — in één woord — de courant kan
niet meer op tĳd uitkomen, er moet een nieuwe pers komen.
Leveranciers van persen zĳn bekend en weldra liggen twee
offertes ter tafel, die beoordeeld moeten worden; de eene offerte
is een „Yankee” de andere een „Mof”. In deze betiteling ligt
opgesloten: „Wat drommel waarom maken wij zelf geen persen !”
doch dit ter verklaring van deze benamingen alleen.
De Duitscher komt zelf en zegt: „das Geschäft kann ja leicht
gemacht werden, Sie brauchen nicht gleich zu zahlen, das können
wir schon machen. Sie brauchen nur Akzept zu zeichnen und
innerhalb zwei oder drei Jahren ist die Presse gezahlt, wir
rechnen nur fünf Prozent. Ach, wir werden leicht zur Vereinbarung
 kommen”.
Ziet, dat is mooi, men behoeft niet naar zijn bankier te gaan
en crediet aan te vragen, dat òf berust op Crediethypotheek, of
als op accept verleend, steeds kan worden ingetrokken.
Maar laten wij den Amerikaan toch ook eens laten praten, of
neen, daartoe krijgt de man niet eens gelegenheid, hij moet
dadelijk antwoorden op de vraag: „Do you accept bills?”’ „Oh no,
I only take cash, but my press is cheaper and has many advantages”.
 Goede man, dat is bijzaak, de verkoopconditie is hoofdzaak.
Indien ik twee, drie jaar met de machine werk en het daarmede
verdiende gebruik om mijn accepten gelijdelijk af te lossen, dan
is dat voor mijn zaak beter dan wanneer ik mij bij mijn kassier
of bankier in schulden steek. Zoo redeneert de drukker, de
kooper. En de fabrikant der snelpers? Wel, hem is het om het
even. Zijn bank geeft hem baar geld of crediet op zijn accepten,
hij legt geen kapitaal vast. De slotsom is deze: een land, dat
exporteeren wil, moet de beschikking hebben over bankhulp. Dat
verklaart de tallooze filiaaloprichtingen van banken in overzeesche
landen. Dat verklaart, waarom de Amerikanen in Rusland beginnen
banken op te richten in verschillende handelscentra’s: eerst dàn,