37 —

DUMPING.

Het laatste punt, waarop de aandacht gevestigd moge worden,
is de strijdwijze, waarvan onze industrie, na den oorlog zal hebben
te lijden, indien daartegen niet tijdig maatregelen genomen worden.
Het is het z.g. „dumpen”.
Het dumpen bestaat uit het op een bepaalde markt aanbieden
van producten beneden kostprijs, met het doel overtoevoer te
voorkomen op andere markten, of om ongewenschte concurrenten
het bedrijf onmogelijk te maken, of om nieuwe markten te winnen,
of oude verloren gegane markten te herwinnen.
Na den oorlog zullen de volken weer aan het werk moeten
gaan. Want zou er geen arbeidsgelegenheid bestaan, dan kwamen
hongersnood en revolutie en anarchie Europa nog verder verwoesten.
 Er zal dus gewerkt worden. Er moet weer buitenlandsch
geld in het land komen door den exporthandel, en de nationale
bronnen van rijkdom en welvaart zullen naarstig geëxploiteerd
moeten worden. De groote vraag is maar; waarheen met de
producten, die eigen landzaat niet kan of niet wil koopen ?
Allereerst daarheen, waar geen hooge inkomende rechten de
goederen tegenhouden, vervolgens of tevens daarheen, van waar
zij gedistribueerd kunnen worden, zonder dat de nationaliteit het
koopen daarvan afschrikt — dus naar neutrale landen zonder
hooge invoerrechten — naar Nederland in het bijzonder!
De Nederlandsche handel zal er van profiteren en de bemiddelaarsprovisie
 dankbaar opstrijken. Vergeten wij echter niet, dat
het meer is voorgekomen, dat „de Moor verdwijnen moest, nadat
hij zijn tijdelijke roeping vervuld” had! Wie of wat zal den
buitenlander beletten hier zelf zijn kantoor te openen en een
firmanaam aan te nemen, die goed Nederlandsch klinkt?
Wanneer de goederen hier worden aangeboden beneden kostprijs,
 is dit een economisch voordeel, dat wij met beide handen
zullen aanvaarden. Wanneer het echter die artikelen geldt, welke
hier te lande ook gemaakt worden of kunnen gemaakt worden, waarvoor
 althans de grondstoffen voorhanden zijn, dan is het een
benadeeling der inheemsche nijverheid door unfaire concurrentie.
Een nadeel, dat alleen kan worden bezworen, òf door hooge
inkomende rechten, òf door een anti-dumping wetgeving, zooals
die bestaat in Canada en Australië.
Ook de beschouwing dier wetten op zichzelf ligt niet op mijn