geweest zijnde geld in kas kon houden en verder doordat nu
de accijns over alle werkelijk geconsumeerde suiker werd betaald
 en niet meer over het zooveel mindere wettelijke rendement
 uit de grondstof. Op 27 Januari 1903 werd dan ook de accijns
 van 64 francs tot 27 francs per 100 K.G. teruggebracht,
hetgeen een verlaging van 40 pCt. in den door den Kleinhandel
berekenden prijs voor geraffineerde suiker uitmaakte. De
Fransche Minister van Financiën, Rouvier, voorspelde ten gevolge
 van deze vermindering in prijs een toeneming van de
consumptie met zo pCt., maar de uitkomst overtrof deze schatting
 zeer aanmerkelijk. Er waren zelfs in het eerste jaar enkelen,
 die van eene stijging van de consumptie met 89 pCt. spraken,
 daar er volgens de statistieken van den accijns in ‚1903-04
699.030 ton suiker veraccijnsd waren tegen 371.II9 in 1902-03.
Dit groote verschil was echter daaraan toe te schrijven, dat de
fabrikanten en ‘kooplieden vóór den datum van 1 September
1903 wisten, ‘dat de accijns verlaagd zoude worden en dus in
het jaar 1902-03 zooveel mogelijk suiker in entrepôt hielden en
die eerst na 1 September 1903 ter veraccijnsing aangaven. Hier.
door werd in ‘de laatste maanden van 1903 veel suiker in consumptie
 gebracht, die in normale jaren reeds vóór dien datum
in de statistieken zou verschenen zijn.
Het jaar 1904-05 was eveneens abnormaal, omdat tengevolge
van eene groote droogte de Europeesche suikeroogst met
t.200.000 tons verminderd was en de hooge suikerprijs zijn invloed
 op de consumptie deed gevoelen. Daarna ziet men een
gestadige stijging in het verbruik aan suiker, dat in 1909 reeds
38 pCt. boven het gemiddelde van de drie laatste jaren vóór
het sluiten van de Conventie heeft bedragen.
1900/01 .…..... 438.541 1906/07 ....... 374.803
1901/02... 431.992 1907/08 ....... 584.640
1902/03... 371.119 1908/09 ....... 604.335
1903/04....... 699.030 1909/10. .….... 606.261
1904/05 .…..... 542.314 19I0/Ii ....... 688.261
1905/06 ....... 583.549