Het aan accijns ontvangen bedrag, dat vóór de verlaging in
1903 gemiddeld 168.103.000 francs groot was, is, na om de
reeds hooger gemelde redenen eerst in 1903-04 te zĳn gestegen
en in 1904-05 sterk te zijn gedaald, eerst aanmerkelijk lager
gebleven dan voorheen, doch tengevolge van de vermeerderde
consumptie stijgt het ieder jaar, om nu in 1gro het cijfer van
156.256.000 te hebben bereikt.
De cijfers voor de enkele jaren zijn als volgt:
1902/03..... 143.652.000 frs. 1907/08... 160.156.000 frs.
1903/04..... I176.104.000 1908/09..... 162.476,000
1904/05... 138.305.000 , 1909/10..... 161.755.000 ,
1905/06... 147.577.000 1910/II..... 182.234.000
1906/07. .... I52.579.000

Men is met. het behaalde succes evenwel nog niet tevreden
en wil den accijns nog verder door dalen om het suikerverbruik
 nog meer te doen toenemen. In den afgeloopen zomer werd
een wetsvoorstel aangekondigd om den accijns tot 15 Írancs terug
te brengen en men is ervan verzekerd, dat de daardoor veroor
zaakte derving van inkomsten zeer spoedig weer door de vermeer.
derde consumptie goed gemaakt zal worden. De Fransche suikerindustrie
 beleeft geen gouden dagen. Zij was in de jaren na 1884
door Gouvernementshulp in staat gesteld om met voordeel suiker
 vcor den uitvoer te produceeren, zoodat het land boven eigen
behoefte suiker voortbracht en die verzond. Na de Brusselsche
Conventie is de uitvoer van Fransche suiker gestadig achteruitgegaan
 en heeft nu bijna geheel opgehouden, zoodat de industrie
 voornamelijk op de eigen markt is aangewezen.
De cijfers van den uitvoer zijn als volgt:
1900/01 .…….... 688.145 ton. 1906/07 ...... 314.008 ton,
1901/02 .… ... 482.670 1907/08 ...... 281.289 ,
1902/03 ...... 210.647 1903/09 ...... 215.636 ,
1903/04 ...... 237.816 1909/10 ...... 235.920
1904/05 ...... 240.312 1910/11 ….... 146.342
1905/06 ...... 366.601

„
»