7

Deze toestand van rust bleef geruimen tĳd voortduren. De
beetwortelen betaalden Mk. 1.60 per 100 K.G., het rendement
bleef tusschen 8.13 en 8.60 schommelen, hetgeen met een ac:
cjns van 19.68 tot 18.56 Mark per 100 K.G. suiker overeenkwam,
 bij uitvoer werd er Mk. 18.80 voor ruwe en Mk. 23
voor geraffineerde suiker vergoed, de invoer van suiker nam gestadig
 af; de productie en de consumptie in het land daarentegen
gestadig toe, maar de eerstgenoemde in een eenigszins sneller
tempo dan de laatste, zoodat er meer en meer suiker voor den
uitvoer beschikbaar kwam.
In de jaren na 1878 steeg deze zeer snel, terwijl het rendement
 aan suiker uit de beetwortelen eveneens met rassche schreden
 toenam, waardoor de per 100 K.G. suiker betaalde accijns
daalde, maar de restitutie bij uitvoer voor datzelfde bedrag dezelfde
 bleef. Hoe meer dus van de geproduceerde suiker uitgevoerd
 werd, des te ongunstiger werd de toestand voor de schatkist,
 die meer en meer moest uitgeven, wat niet ten volle was
binnengekomen. Het volgende staatje geeft voor de jaren 1875-76
tot 1887-88 de productie, den uitvoer, het rendement, het daaruit
 berekende bedrag van den betaalden accijns en het bij uitvoer
 teruggegeven restitutie bedroeg aan: (zie tabel biz. 18)
Het gevolg van deze wanverhouding tusschen werkelijk betaalden
 accijns en bij den suikeruitvoer teruggegevenen was, dat
de schatkist hoe langer hoe minder profijt van de rechten op
suiker genoot. Vroeger had de invoer van suiker, die 54 Mark
per Ioo K.G. ruwe en 60 Mark per 100 K.G. witte suiker betaalde,
 nog vrij veel opgebracht, maar aan den eenen kant was
de hoeveelheid ingevoerde suiker sterk verminderd en aan den
anderen kant was het invoerrecht op 24 Mark per 100 K.G. ruwe
en 30 Mark per too K.G. witte suiker teruggebracht, zoodat
deze belasting bijna niets meer opleverde. Hoewel het suikerverbruik
 sterk toenam en van 2.56 K.G. per hoofd van de bevolking
 gemiddeld in de jaren 1840-45 in 1870-75 gemiddeld tot
6.30 K.G. was gestegen en iedere binnenlandsche verbruiker
het volle accijnsbedrag had betaald, ging er door de hooge res