boven de gemiddelde productie van de laatste jaren ontstane vermeerdering
 onbeschermd bleef.
Als een bewijs hoe gunstig de hier geschetste regeling op de
stabiliteit van de binnenlandsche markt werkte, laten wij hier
een lijstje volgen van den prijs van zandsuiker in de verschillende
 jaren. Hoe zeer ook op de wereldmarkt de suikerprijs
veranderde, zoo bleef deze binnen de grenzen van het’ Russische
gebied vrijwel dezelfde en daalde alleen gestadig, doordat de
Regeering nog, op eenige weinige uitzonderingen na, ieder jaar
den grensprijs verlaagde, waardoor de marktprijzen genoodzaakt
waren die beweging te volgen. Uit het verschil tusschen. den prijs
en den wereldprijs, vermeerderd met het recht à 1.75 roebel,
zien wij, dat de suikerfabrikanten door deze regeling een aardig
voordeel hadden, terwijl de schatkist door de consumptiebelasting
 à Rb. 1.75 per poed een bedrag ontving, dat in IgI0 ongeveer
 4 pCt. van de geheele staatsinkomsten of 34 pCt. van het
totale door accijnzen opgebrachte bedrag bedroeg.
Terwijl er zoodoende goed voor. de verzorging van de binnenlandsche
 markt door de eigen nijverheid gezorgd was, verliep in
de jaren na 1903 de buitenlandsche uitvoer zienderoogen. De in
Brussel gesloten Conventie verplichtte de West-Europeesche
landen alle premiën af te schaffen, geen hoogere surtaxe te heffen
 dan 5.50-frs. à frs. 6 per Too K.G. en bij invoer van suiker
 uit premie gevende landen een extra recht te heffen ter
noogte van de premie. Rusland kon niet aan de Conventie deelnemen,
 want de binnenlandsche industrie werkte zoo duur, dat
zij de verborgen premie, die in de hooge surtaxe school en die
volgens de hiervoor gegeven tabel in 1903 ongeveer 1-40 Rb. per
poed bedroeg, niet missen zonder onder te gaan. De surtaxe bedroeg
 4.50 — 1.75 = 2.75 Rb. per poed, terwijl de Conventie
slechts 5.50 per Too K.G. of 0.33 Rb. per poed als maximum
toestond. Men rekende, dat het mogelijk was in Duitschland een
poed suiker voor 1.25 Rb: te produceeren en rekent men daar
de vracht en andere kosten à 0,20 Rb. bij, het invoerrecht op
0,33 en den accijns op 1,75, dan kon de Duitsche suiker, zoo