Vd

aanging, nu Rusland ook toetrad, dit riĳk op het minimum te
houden, te meer daar de industrie in de laatste jaren sterk was
iitgebreid en om al die redenen wenschten de Russische vertezenwoordigers
 een contingent van 5 5 millioen poed te verdeelen
over 5 jaar.
Om evenwel te verhinderen, dat onmiddellijk reeds Russische
suiker naar een of ander buitenlandsch entrepôt zou worden uit
gevoerd om na I September 1908, wanneer de Britsche havens
weer voor Russische suiker zouden geopend worden, de Lon-Jensche
 markt met de aan de contingenteering ontsnapte suiker
ie overstroomen, werd bepaald, dat de contingenteering reeds
gerekend zou worden den 1 Sept. 1907 begonnen te zĳn. Daartegenover
 werd het contingent nu over 6 jaren genomen en vastgesteld
 op 61 millioen poed of 1 millioen ton tusschen 1 Sept.
1907 en 1 Sept. 1913. Deze zouden in max imum als volgi
worden verdeeld :
van 1 Sept, 1907 —31 Aug. 1909 300.000 ton.
1909— 31 1910 200.000 ,
1910—31 191 200.000 ,
191131 „ 1912 200.000 ,
‚  I912-31 , 1913 200.000
De som is 1.1 millioen, terwijl de toegestane hoeveelheid
slechts 1 millioen ton bedraagt, doch dit is zoo te verstaan, dat
de bedragen van de verschillende jaren de maximale zijn. Wanneer
 er op 31 Aug. 1912 te zamen 900.000 ton uitgevoerd zijn,
dan mag er in het laatste jaar slechts 100.000 ton met terug:
gaaf van den accijns worden uitgevoerd. Is in die vorige jaren
de uitvoer onder het contingent gebleven, dan mag men in het
.aatste jaar uitvoeren tot dat het maximum van 1 millioen in
‘otaal of dat van 200.000 ton voor dat laatste jaar is bereikt.
De uitvoer naar de zoogenaamde Russische markten, Finland,
Perzië enz. over land valt niet onder het contingent.
Door de hier geschetste regeling is het aan Rusland gelukt
2m met biĳjbehouding van zijne eigenaardige, ‘binnenlandsche
wetgeving, zich een zeer goed geregelden suikeruitvoer verzekerd