V

OOSTENRIJK-HONGARIJE.

Reeds in het jaar 1787 werden er te Königsrat in Boheme pogingen
 aangewend. om op technische wijze suiker uit beetworteen
 te winnen in eene fabriek, die tot 1802 heeft gewerkt. In
et jaar 1800 werd de fabriek Horowitz opgericht en later
volgden er meer, zoodat Boheme in de jaren 1803-1809 een
niet onbelangrijke hoeveelheid suiker opleverde. Tijdens den
duur van het Continentale Stelsel, dat den prijs van suiker in
dat land tot 50 gulden per 100 K.G. opdreef, groeide het aanta)
en de productie aan, zoodat in het jaar 1812 Boheme 10
suikerfabrieken telde, die te zamen 26.200 K.G. stroop en
6.300 K.G. suiker fabriceerden. In het jaar 1813, toen de prijs
van de suiker wederom tot een meer normaal niveau Was gedaald,
 nam het aantal fabrieken af tot 6 met eene productie van
ó500 K.G. stroop en 7200 K.C. suiker, in 1814 werd er 6250
K.G. stroop en 300 K.G. suiker in drie fabrieken bereid, in
i815 produceerden 2 fabrieken 11.800 K.C. stroop, terwijl de
aatste fabriek in het jaar 1821 gesloten werd.
Eerst in het jaar 1830 dacht men er weder aan suikerbieten te
planten en te verwerken, in 1832 werd er voor het eerst op
eenigszins groote schaal suiker voortgebracht, reeds in 1840
bedroeg het aantal suikerfabrieken 87 en in 1854 werd er evenveel
 suiker in het land zelf geproduceerd als er van buiten werd
ingevoerd.
In het jaar 1849 werd eene belasting op in het binnenland
geprodceerde suiker van {2.50 per 100 K.G. ruwe en f4 geraffineerde
 suiker geheven, maar reeds in het daarop volgende