Bourbon en Mauritius 91, 92, 92.5, 93.5, 95 pCt.
Duitsche beetwortelsuiker 90.7, 91.6, 92.5, 93, 93.8 pCt.
Belgische beetwortelsuiker go.5, 95.5, 96.5 pCt.
Fransche beetwortelsuiker 92, 93, 96 pCt.
Dit was dan ook al bij de proeven te Keulen gebleken, waar
eenige partijen ruwe beetwortelsuiker, die met No. 14 en 15 waten
 gekeurd, respectievelijk 92 en 93 pCt. polariseerden en daarentegen
 een, die kleur No. 12 vertoonde, een polarisatie van
93.8 pCt. bezat _
Was de kleur voor de waardebepaling van rietsuiker nog
eenigszins met de werkelijkheid overeen te brengen, zoo was dit
geenszins het geval met de beetwortelsuiker, en het hierdoor
veroorzaakte nadeel nam natuurlijkerwijze steeds toe, naarmate
door de uitbreiding van de beetwortelsuikerindustrie het aandeel,
 dat deze in de verzorging van de raffinaderijen met de
grondstof had, toenam en dat van de rietsuikerindustrie verminderde,

Een tweede gebrek van het stelsel was de verdeeling in klassen
 van verschillende nummers, welke klassen Onderling op den
grondslag van zeer verschillende percentages moesten betalen.
Een suiker, die No. 9 gekeurd werd, betaalde 8 pCt. minder
dan een, die kleur No. To vertoonde, en daarom werd het een
streven hoofdzakelijk de suikers in de hoogste kleur van iedere
klasse te verwerken, dus 9, 14 en 18, daar deze meer rendement
 gaven en dus bij uitvoer meer restitutie opleverden dan
een lager nummer in dezelfde klasse en toch hetzelfde betaald
had.
Ook voerde men bij voorkeur zulke suikers in, die uit de natuur
 bij een hoog gehalte eene donkere kleur vertoonen, waartoe
vele rietsuiïkers gerekend konden worden, en ten slotte wist de
techniek zich nog te helpen, door, wanneer zulke suikers uit de
natuur niet te verkrijgen waren, hooggradige suikers met een
onschadelijke kleurstof het uiterlijk van laaggradige te geven
an deze eene van de laagste klassen te doen aannemen.
Daar Groot-Britannië in het jaar 1874 alle belasting op suiker
 afschafte en er dus ook van restitutie bij uitvoer geen sprake