voor de raffinaderijen veel eenvoudiger en gemakkelijker was als
grondstof uitsluitend deze suiker te gebruiken. Alleen is er nu
en dan in jaren van schaarschte aan disponibele beetwortelsuiker
 eene kleine hoeveelheid ruwe rietsuiker voor de raffinage
ingevoerd, maar in hoofdzaak is er na de wet van 1884 in Nederland
 alleen ruwe beetwortelsuiker geraffineerd en in consumptie
 gekomen, zoodat wij ons na dat jaar uitsluitend met
deze soort van suiker behoeven bezig te houden.
Voor een groot gedeelte als een gevolg van de groote invoeren
 van Javasuiker, die de Nederlandsche raffinaderijen van
grondstof voorzagen, is de beetwortelsuikerfabrikatie in Nederland
 veel later ontstaan dan in de naburige rijken en het duurde
 daarna nog geruimen tĳd eer deze nijverheid van eenigszins
belangrijke beteekenis werd.
De officiele statistieken over de suikerproductie zijn niet te
vertrouwen, daar de hoeveelheid suiker, welke daarin vermeld
wordt, die is, over welke de belasting is geheven en die wijkt
soms veel, soms weinig, doch in ieder geval tot een of ander bedrag
 van de werkelijk geproduceerde af.
Sedert 31 Augustus 1858 werd namelijk de belasting geheven
 op grondslag van het aantal verkregen hectoliters diffusiesap
 en de graden Beaumé, die het bĳ 15° C. woog, waarbij
dan aangenomen werd, dat voor iederen graad Beaumé een
H.L. diffusiesap 1400 Gram witte suiker kon opleveren, die
dan met {27 per roo K.G.. werd belast. In 1863 werd dit
cijfer tot 1450 Gr. verhoogd ‚en in 1865 tot 1500, maar het
liet in ieder geval nóg een aanzienlijke marge over voor een
grooter rendement, zoodat steeds een dee] van de werkelijk verkregen
 suiker vrij van belasting bleef. Hoewel dit natuurlijk
niet met zekerheid is aan te geven, zegt men, dat in sommige
jaren die hoeveelheid, de zoogenaamde overponden, wel zo pCt.
van de totale productie uitmaakte, die dus in zulke jaren den
fabrikanten een premie van eenige millioenen guldens liet toevloeien.


Met het hier genoemde voorbehoud laten wij hier de cijfers