werden de suikerindustrie en -raffinaderij, evenals dit in de naburige
 landen het geval was, geheel aan eigen kracht overgelaten.

Dat dit zeer goed mogelijk was, blijkt ten duidelijkste uit de
hier volgende tabel over de productie sedert het jaar 1907,
waarin te zien is, hoe na 1903, dus na het wegvallen van de
premiën, de Nederlandsche beetwortelsuiker-industrie haar productie
 deed toenemen, zoodat ook hier de Brusselsche Conventie
 de suikerindustrie tot een zegen. is geweest.
De in de volgende tabel gegeven cijfers omtrent de producie
 zijn uit de hoeveelheden ruwe suiker omgerekend op de
„asis van 100 pCt. en zijn dus direct met de daarachter vermelde
 consumptiecijfers te vergelijken.

Aantal Suiker  lender- Vomie.
Campagne. fabrieken productie 5 consumptie.
abr . tons. Jaar. K.G.

Consumptie
per hoofd
en per jaar
in K.G.
56.732.483 11.42
57.981.644 _ TI.SI
59.863.000 11.76
62.432.996 12.14
67.012.962 12.84
70 760.186 13.34
72.198.918 13.40
74.225.776 13.57
72.291.627 13.02
19.598.007 14.13
82.880.431 14.51
82.615.538 14.40
86.505.000 14.76
87.681.000 14.74

1897/98 .
1898/99 .
1899/00 .
igoo/01 .
1901/02 . .
1902/03 .
1903/04 .
1904/05 .
1905/06 .
1906/07 .
1907/08 .
1908/09 . 28
1909/10 . . 28
L9IO II 28

113.400 1897
135.000 1898
142.000 1899
160.490 1900
178.791 1QOI
95.498 1902
112.509 1903
124.551 1904
186.905 1905
164.508 1906
158.934 1907
199.549 1908
194.822 1909
216.886 1010

Het is wel te betreuren, dat Nederland, toen de premiën
kwamen te vervallen, niet het voorbeeld van Frankrijk, België
en Duitschland heeft gevolgd en het daardoor vrijkomende
bedrag niet heeft aangewend om een verlaging van den accijns
in te voeren. Hoewel het verschillende malen door de Regee-