Het Rapport dat in 1go9 door eene Nederlandsche Commissie
 uitgebracht werd, zegt hierover het volgende:
Uit den te lagen aanslag, berekend naar de hoeveelheid en
de dichtheid van de te verwerken sappen, ontstond eene belekte
 indirecte premie. Het spreekt vanzelf, dat zij verschilde
al naar het suikergehalte van de beetwortelen en de reinheid
van het sap in de verschillende werkjaren, in verband met de
neer of minder volmaakte bewerktuiging der fabrieken. De zoogenaamde
 accijnsvrije overponden (excédents de rendement)
&lt;onden echter gemiddeld gerust op 10 pCt. van den aanslag
gesteld worden. De premie voor 1889-90 werd geschat op
f3.67 per 100 K.G. suiker en voor 1890-91 op f3.13. Vóór
t September 1897 bedroeg dus de premie, bij een aanslag van
1750 Gram suiker van 88 rendement voor elken hectoliter sap
van 1 Gram dichtheid en een werkelijke opbrengst van 2090 Gr.,
ongeveer frs. 8.22 per 100 K.G. suiker van too pCt. gehalte.
Na dien tĳd kan zij gesteld worden op frs. 4.595 per 100 K.G.
suiker van 100 ‘pCt. gehalte, bij een aanslag als boven van
rgoo Gr. suiker van 88 pCt. en eenzelfde werkelijk rendement.
De Association Internationale pour la Statistique Sucrière
schatte de premie voor het werkjaar 1897-98 op frs. 4.53 per
‘00 K.G. suiker van 89 pCt. rendement, geljkstaande met
rs. 5.09 per 100 K.G. van 100 pCt. gehalte.
Tusschen de beetwortelsuikerfabrikanten en de raffinadeurs,
welke laatste ten getale van 5 of 6 met elkander een syndicaat
zormden, bestond tot het jaar 1899 eene overeenkomst, volgens
welke zij in verband met de overponden de certificaten van uitvoer
 van de fabrikanten kochten tegen den vasten prijs van
95 pCt. van den accijns. Dientengevolge is het niet juist aan
‘e geven, welk totaal bedrag van de premie door de beetwor-'elsuikerfabrikanten
 genoten werd.
De binnenlandsche prijs van de geraffineerde suiker werd
loor de raffinadeurs opgevoerd, zoover de surtaxe het toeliet.
De surtaxe of het bedrag, dat van buitenslands ingevoerde
suiker boven den accijns te betalen had, had oorspronkelijk