tenrijksche mededingers in het nadeel waren door het lage suikergehalte
 van de Italiaansche beetwortelen en dus de bescherming
 niet konden missen. Het wetsvoorstel werd daarop ingetrokken
 en een ander ministerie zag een wetsvoorstel aangenomen,
 waarbij integendeel de suikerbelasting nog verhoogd
werd, zoodat de consumptie eerder zal afnemen dan vermeerderen.

Van 1 Juli 190 af werd de accijns op I klas suiker verhoogd
 van 70.15 L. tot 72 en verder ieder jaar op denzelfden
datum weer met 1.25 L. tot 1974 toe, zoodat de totale verhooging
 6.85 zal bedragen. De accijns op suiker II klas volgt dezelfde
 beweging en blijft steeds 3 Lire per 100 K.G. onder
dien van de I klasse. Het invoerrecht blijft op dezelfde hoogte
gehandhaafd en daardoor daalt toch de surtaxe op den duur
met 6.85 L. per too K.G., maar blijft toch nog een goed eind
boven het door de Brusselsche Conventie vastgestelde maximum.
 Zoolang Italië zijn wetgeving niet met de besluiten van die
Conventie in overeenstemming brengt, mag de Italiaansche suiker
 dus niet zonder strafrecht te betalen in de tot de Conventie
toegetreden rijken worden ingevoerd. Vooreerst bestaat daartoe
 dan ook geen kans, aangezien er nog steeds vrij veel suiker
van buitenslands ingevoerd wordt.
De invoer was als volgt verdeeld in tons:

Uit Oostenrijk . .
Frankrijk . .
andere landen

#

Totaal.

Uit Oostenrijk . .
Frankrijk .
Engeland . ,.
andere landen . . .
Totaal . . .

I klas.
1907. 1908. 1909. 1910.
1.759 3402 8717 4.793
1.179 804 1.163 974
543 107 950 114
9.281 4.113  10,302 5.881
II klas.
11,885
1.210
998
364

4.456 583 LOIS 666