RUMENIE.

Ten einde in Rumenië eene beetwortelsuikerindustrie te vestigen,
 werd er in het jaar 1873 eene wet aangenomen, die gelurende
 zo jaren vrijdom van alle rĳks en plaatselijke belas-‘ingen
 waarborgt aan op te richten beetwortelsuikerfabrieken
en ook de voor hun opbouw en onderhoud benoodigde machinerieën
 vrijdom van invoerrecht belooft. Naar aanleiding van
deze zeer gunstige bepalingen werden er twee fabrieken opgericht
 en wel een in 1874 en een in 1878, maar veel resultaat
had de hier bedoelde aanmoediging evenwel niet. Daarom werd
in 1882 besloten gedurende 15 jaren van regeeringswege een
premie van 16 centimes te betalen voor iedere 100 K.G. in het
and geproduceerde suiker, en toen deze premie in 1896 weder
voor 15 jaren werd verlengd, was de bedrijfszekerheid zoo groot
veworden, dat er twee fabrieken bij werden gebouwd, zoodat
het aantal ondernemingen in 1897 tot 4 steeg.
In datzelfde jaar werd er op invoer van buitenlandsche suiker
sen recht van 35 centimes gelegd, zoodat de binnenlandsche
&gt;roducent de aanzienlijke bescherming van 35 + 16 = 51 cenimes
 per K.G. suiker genoot, die in het binnenland werd geconsumeerd.
 In 1898 hief de Regeermg echter een accijns op
de binnenlandsche suiker van 15 centimes, die dus het voordeel
tot 36 centimes teruggebracht, en in 1899 werd deze tot 30 centimes
 verhoogd, waardoor het voordeelige. verschil wederom
daalde, maar aangezien terzelfder tĳd bepaald werd, dat de
premie op de geproduceerde suiker à 16 centimes tot het jaar
1914 zou worden verlengd, achtte men den toestand voor de
suikerfabrieken zoo gunstig, dat er onmiddellijk nog twee werden
 bijgebouwd, waardoor er toen 6 in werking waren. Het