le)
at
»
>
oo 2
d< fí
i
d
o
ee:
09
(3
p
_
mn
DE VADERLANDSCHE NIJVERHEID
IN KOMENDE JAREN
73
—-©
‚+
N
©)
|
>
INLEIDING.
Profeteeren is een ondankbaar werk. Maar al te vaak komt
hetgeen geprofeteerd is of in '’t geheel niet of anders uit. Daardoor
wel hoofdzakelijk is de belangstelling voor profetieën altijd
maar bij een klein aantal menschen levendig. De groote meerderheid
haalt er de schouders over op; houdt er òf eigen profetieën,
zen blik in de toekomst „uitsluitend voor eigen gebruik” op na, òf
leeft slechts in den dag van heden, terwijl derden, zoo het mogelijk
ware, zouden willen leven in het verleden (liefst de beschikking
hebbende over alle thans verkrijgbare gegevens ten einde het
leven voor zich zelf zoo mooi en gemakkelijk mogelijk in te
richten).
Men kan de menschheid dus verdeelen in drie groepen:
(9 Zij, die trachten vooruit te zien en trachten hun arbeid — den
gang hunner gedachten — te richten naar de volgens hen te
verwachten veranderingen in de omstandigheden, waaronder
gearbeid zal moeten worden.
Zij, die slechts rekening houden met de omstandigheden van
het oogenblik.
Zij, die arbeidscondities terug willen voeren naar de z.g.n.
lang vervlogen tijden.
Deze laatste groep zullen wij niet mogen rekenen tot hen, die
zullen deelnemen aan een discussie over de toekomst der nijverheid.
Zij begrijpen zelf niet, dat de voorstelling der toestanden, die
zij zich maken, nooit bestaan heeft als werkelijkheid en in den grond
niets anders is dan een beeld van vage wenschen om het leven
van heden bevrijd te zien van de lasten van het heden. Zij
vegrijpen niet, dat de oplossing der problemen, die de wereld-|
D)
5
D
_
3
ï
4
tg
Ei
Dn
‚—-E
E
o
_—
o
®)
on)
£)
Ad
f
f)
Ny
N
fn
<
N
#—