NEDERLAND.
In het jaar 1819 werd de invoer van geraffineerde suiker uit
het buitenland met een recht van fzo per 100 K.G. belast, terwijl
ruwe suiker slechts f0.60 per 100 K.G. aan invoerrecht
betaalde. Bovendien was de suiker een accijns verschuldigd van
16.80 voor de 100 K.G. geraffineerde en J1o per 100 K.G.
ruwe suiker. 1) In 1822 werd de accijns op den grondslag van de
ruwe suiker geheven, die toen fg bedroeg, maar reeds in het
jaar 1829 tot {12.60 werd verhoogd. In het jaar 1833 werd de
accijns op de ruwe suiker op {13.50 gebracht en tevens bepaald,
dat bij uitvoer voor geraffineerde suiker en kandi f22 zou worden
gerestitueerd en voor basterdsuiker f13.50. Hoewel er vrij
veel suiker in het land werd geconsumeerd, dus in werkelijk.
heid een groot bedrag aan accyns werd opgebracht, was de terugbetaling
van den accijns bij uitvoer zoodanig in het voor:
deel van de raffinadeurs, dat, niettegenstaande de verhooging
van den accijns het netto in de schatkist komende bedrag in
het jaar 1840 slechts {43.519 groot was.
In het jaar 1852 werd de belasting op de suiker op f13.50
per Too K.G. ruwe suiker gehandhaafd en tevens het totale bedrag
van deze heffing op {750.000 per termijn van 6 maanden
vastgesteld. 2) Tegelijkertijd gaf de Volksvertegenwoordiging aan
Eenige van de in dit opstel genoemde cijfers uit de geschiedenis vóór
1883 heb ik te danken aan den heer J H. de Beuk, verificateur te Amsterdam.
Wanneer er in eenigen termijn minder dan dat bedrag zou worden
ontvangen, dan zou het ontbrekende over de raffinadeurs pondpondsgewijs
naar hun verwerking worden omgeslagen.