tonnen van de Belgische suikerindustrie van 1893-94 tot het
jaar 1902-03 aangeeft. De cijfers van de voorgaande jaren
zijn die, welke voor den aanslag voor de belasting gediend hebben,
en die zijn zeker te laag, hoewel een juiste maatstaf om
de grootte van de afwijking na te gaan, ontbreekt.
1883/84 . 106.586 1893/94
1884/85 88.463 1894/95
1885/86 48.420 1895/96
1886/87 91.TIQ 1896/97
1887/88 93.572 1897/98
1888/89 95.804 1898/99
1889/90 173.043 1899/00
1890/97 159.115 1900/01
1891/92 . 140.377 1901/02 . .
1892/93 . . . 143.699 1902/03 .
Bj de wet van 1843 werd eene belasting van frs. 20 Der Too
K.G. ruwe suiker gelegd en daarbij aangenomen, dat t H.L. sap
per graad Beaumé 1200 Gram suiker zou opleveren. In het
jaar 1846 werd dit bedrag tot 1400 Gram verhoogd en in 1849
werd bepaald, dat de suikerbelasting minstens per jaar 6 millioen
francs zou moeten opbrengen. Wanneer er in eenig jaar
te weinig zou ontvangen worden, dan werd het ontbrekende
over de verschillende fabrieken in evenredigheid met hun productie
omgeslagen. In het jaar 1866 werd het bedrag aan belastbare
suiker wederom verhoogd en op 1500 Gram ruwe suiker
per graad en per hectoliter vastgesteld, terwijl gaandeweg
de belasting zelve op 45 francs voor ruwe en frs. 5.13 voor
too K.G. geraffineerde suiker werd gebracht.
Na 1 Juli 1889 werd het belastbare rendement nogmaals
stelselmatig verhoogd en wel als volgt:
Vóór 1 Juli 1889 . . .
Van 1 Juli 1889—1 Juli 1890
1 Juli 1890—1 Juli 1896
1 Juli 1896—1 Juli 1898
‚ 1 Juli 1898—1 Juli 1899.
Na 1 Juli 18009 . .
1500 GI. ruwe suiker.
1650
1700
1750
1900 ,
2000