15 pCt. van het recht bedragen, maar werd in 1895 op Io
pCt., dus op frs. 4.50 per 100 K.G. ruwe suiker van 8809, vastgesteld.
|
In Januari 1902 werd nog boven de bedekte premie een open
productiepremie ingevoerd van frs. 2 voor elke 100 K.G. suiker,
waarover aanslag plaats vond, echter met deze beperking,
dat het totaal van de premie het bedrag van frs. 5.000.000
niet mocht te boven gaan. Wanneer de hoeveelheid, voor welke
aanslag plaats had, meer bedroeg dan 250.000 ton, dan zou de
premie per 100 K.G. in evenredigheid worden verminderd.
Deze premie werd, terwijl de onderhandelingen over de Suikerconventie
werden gevoerd, ingesteld en gold alleen voor de
campagne 1902-03. Met 1 September 1903 verviel de open
premie en, daar de belasting ook hier over het ware bedrag
van geproduceerde suiker geheven werd, ook de bedekte premie
en was de Belgische suiker geheel vrij en op eigen voeten gesteld.
Terzelfder tijd werd nu echter de accijns van frs. 51.13 teruggebracht
tot frs. 20 per 100 K.G. witte suiker, terwijl er
van buitenslands ingevoerde suiker nog een surtaxe van Îrs. 5.50
per 100 K.G. suiker van iedere descriptie werd geheven.
De Belgische suikerindustrie kwam dus, evenals die van alle
naburige staten, op eigen wieken te drijven, terwijl de surtaxe
op de buitenlandsche suiker een instroomen van consumptiesuiker
van buiten verhinderde. Niettegenstaande dat dus alle
protectie verviel, is de industrie er niet slechter om gevaren
en ook de raffinaderijindustrie heeft kans gezien om voortdurend
groote hoeveelheden geraffineerde vreemde. en eigen suiker
naar het buitenland, voornamelijk naar Groot-Britannië,
uit te voeren.
De productie van suiker, berekend als ruwe suiker, heeft van
het begin van de Brusselsche Conventie tot den huidigen dag
deze hoeveelheden in tons bedragen:
1903/04 .
1904/05 .
1905/06 .
tgo6/07 .
199.200 1907/08
176.466 1908/09 .
328.770 1909/10 .
282.804 IQIO/II .
232.352
258 339
248.403
283.223