2
terwijl het netto bedrag, dat de schatkist uit de suikerbelasting
ontving, sedert 1890 in francs als volgt was:
1890 . 6.486.000 Igo0 .
891 . 6.002.000 rgor .
892 6.306.000 1902 .
1893 . 6,020.000 1903
1894 . 6.527.000 1904
1895 6.500.000 1905
896 . 6.505.000 1906
1897 . 6.061.000 1907
:898 . . . 5.000,000 1908 .
8099 — 6.164.000 1909 .
De meeste geconsumeerde suiker betaalt den vollen accijns
van fÍrs. zo per 100 K.G., zoodat uit de netto opbrengsten van
Je belasting in de jaren na 1904 een vrij goede conclusie om-Irent
het suikerverbruik kan worden gemaakt. Er bestaat echter
nog eene bepaling in België volgens welke suiker, die voor
de fabriekmatige bereiding van gecondenseerde melk, jams en
dergelijke voedingsartikelen gebruikt wordt, vrij van belasting
s, mits de ondernemingen, waarin deze verwerkt wordt, een
zeker minimum per jaar opgebruiken en de kosten van het
Jouanetoezicht betalen.
De hier bedoelde bepaling kwam in Augustus 1897, dus nog
onder het toen vigeerende hooge recht, en de hoeveelheden suizer,
die toen van de vrijstelling profiteerden, waren in de volzende
jaren voor confiturenbereidine :
Kilo.
1898. . . 3.545.829 1901. . . . 3.519.737
1899. . . . 3.482.178 1902. . . . 4.251.253
900. . . 3.213.298 1903. . . . 4.475.506
Toen in 1903 de suikerbelasting verminderd werd, nam ook
de hoeveelheid voor vrijstelling in aanmerking gebracht wordende
suiker voor de bereiding van confituren een weinig af.
terwijl die voor andere doeleinden vermeerderde :